PEREN
Tegen Pseudomonas syringae, die de voornaamste veroorzaker is van bloembotsterfte bij peer. Bloembotsterfte of "dode bot" is een fenomeen waarbij de bloembotten na de winter niet of onvoldoende uitlopen. Hierdoor kan het aantal bloemclusters, en dus ook het aantal vruchten aanzienlijk gereduceerd worden. De infectie door Pseudomonas syringae gebeurt reeds tijdens de bloembotvorming het jaar voordien.
Dosis : Voer 3 behandelingen uit met Aliette WG aan 2,5kg/ha haag, hetzij 3,75kg/ha standaardboomgaard inclusief wendakker, vanaf 1 week na einde bloei, met een interval van 2 weken.
Voor een korte video-clip over "dode bot" :
AARDBEIEN
Tegen Phytophthora cactorum (stengelbasisrot) en Phytophthora fragariae (roodwortelrot) op productie-, selectie- en vermeerderingsvelden.
A. Aangieten
Tegen stengelbasisrot (Phytophthora cactorum) in de klassieke teelt een behandeling uitvoeren bij het planten en deze behandeling herhalen in de lente bij hergroei. In geval van rood wortelrot (Phytophthora fragariae) wordt een supplementaire behandeling uitgevoerd begin oktober, ongeveer één maand na het planten.
Voor verlate teelt, vermeerderingsvelden en wachtbedden, een behandeling uitvoeren direct na het planten.
Aanvullende behandelingen worden uitgevoerd op wachtbedden vóór het ontranken en herhaald 7 tot 10 dagen vóór het oprooien. Op vermeerderingsvelden wordt er nog behandeld vóór het uitleggen van de uitlopers en 4 weken later. Bij late rooiingen nog een supplementaire behandeling uitvoeren 7 tot 10 dagen vóór het oprooien.
Dosis: 0,125 g/plant.
De hoeveelheid water die per plant gebruikt wordt, hangt af van de vochtigheid van de bodem. In een vochtige grond kan 100 ml water per plant volstaan (50 g Aliette WG / 40 l water / 400 planten) en deze hoeveelheid verhogen tot 250 ml per plant (50 g Aliette WG / 100 l water / 400 planten) in een droge grond.
B. Dompelen
De plant kort vóór het uitplanten gedurende 15 minuten dompelen. Het dompelbad kan slechts één dag worden gebruikt, waarbij voorkomen dient te worden dat het dompelbad teveel vervuilt. Het dompelbad indien nodig aanvullen met een oplossing van de normale concentratie.
Dosis: 250 g/100 l water.
C. Spuiten
Daar Aliette WG ook neerwaarts systemisch is, kan men gericht spuiten op de plantrijen (ong. 15 cm breed).
Dosis: 5 kg/ha met 2 000 l water/ha.
D. Vollevelds op vermeerderingsvelden
Tijdens de zomer regelmatig (om de 2 weken) vollevelds toepassen met veel water.
Dosis: 10 kg/ha met 4 000 l water/ha.
Wachttijd: 1 maand.
WITLOOF
Tegen Phytophthora spp.
A. Ter bewaring van witloofwortelen
Wortelen gedurende 1 à 2 minuten dompelen, vóór opslag in de koelkast.
Dosis: 300 g/100 l water.
Via vernevelen op de transportband.
Dosis: 160 g/20 l water/ton wortels.
B. Tijdens de forcerie van witloof in hydrocultuur
Bij het begin van de forcerie, Aliette WG aan het proceswater toevoegen.
Dosis: 30 g/100 l water.
C. Tijdens de forcerie van witloof in volle grond
De wortelkragen na het intafelen aangieten.
Dosis: 10 g/m2 in 3-4l water/m2.
Wachttijd: zie toepassingstijdstip.
HOP
Tegen valse meeldauw (Pseudoperonospora humuli).
Preventief of ter voorkoming van een secundaire aantasting om de 14 dagen spuiten.
Dosis: 250 - 350 g/100 l water.
Wachttijd: 1 week.
SIERTEELT (BEGONIA, CONIFEREN EN ERICACEAE, CHAMAECYPARIS , POT- EN SIERPLANTEN ONDER GLAS)
Aliette WG is een bijzonder effectief middel tegen wortelziekten veroorzaakt door Phytophthora spp. Daarnaast heeft Aliette een nevenwerking tegen Pythium spp. Het middel steeds aangieten, zodat de volledige wortelzone behandeld wordt. Aliette steeds toepassen op groeiende planten, zodat het middel opgenomen wordt. Afhankelijk van de infectiedruk, de behandeling om de 4 tot 6 weken herhalen.
Dosis: 3 tot 12,5 g/m2 aangieten met 2 tot 5 l water/m2.
3 g/m2 is voldoende op jonge planten met een oppervlakkige beworteling. Op grotere, sterk bewortelde planten de dosis optrekken tot 12,5 g/m2. Steeds een concentratie van 150 tot 250 g/100 l water gebruiken. Indien de gebruikte concentratie hoger is: onmiddellijk afbroezen. Bij behandeling van potten en containers varieert de benodigde hoeveelheid vloeistof per plant met de potdiameter: giet aan met een volume dat 10% bedraagt van het potvolume.
Driftreducerende maatregelen : bufferzone van 5 m