Bayer Links
Country Links

Residu´s

.
Gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet om een gewas te vrijwaren van schimmels, insecten, onkruiden, … die de oogst en de kwaliteit in gevaar kunnen brengen.
Resten van een gewasbeschermingsmiddel – ook residuen genoemd - kunnen zich op het geoogst gewas bevinden.
De wetgever voorziet in een zeer strikte reglementering van deze residuen door Maximale Residu Limieten (MRL) vast te leggen. Deze MRL bepaalt de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel dat mag overblijven in een gewas bij de oogst.
Als meer resten worden teruggevonden - in het jargon wordt gezegd: als de MRL wordt overschreden - dan betekent dit dat het gewasbeschermingsmiddel niet correct werd toegepast!
Omdat bij de vastlegging van de MRL zeer grondig wordt nagegaan of de gezondheid van de consument door opname van deze resten geen gevaar loopt, betekent een MRL-overschrijding niet noodzakelijk dat het voedsel niet veilig zou zijn !
Hoe legt de wetgever een Maximale Residu Limiet vast ?
1. Bepaling van het residuniveau
Bij de aanvraag van een erkenning dient elke firma een uitgebreid residudossier voor te leggen.
Dit dossier bevat een uitgebreide reeks proeven waarin het gewasbeschermingsmiddel op een gewas wordt gebruikt. Voor elke proef wordt de hoeveelheid residu op het gewas bij de oogst bepaald, ook op de schil en de delen die niet opgegeten worden.
Door middel van een statistische analyse wordt het hoogst mogelijke residu voor elke combinatie van een produkt en een gewas vastgelegd.
2. Van residuniveau naar MRL.
Alvorens het maximaal residuniveau wordt omgedoopt tot de wettelijk vastgelegde MRL, volgt nog een diepgaande risicobeoordeling. Hierbij wordt nagegaan of de aanwezigheid van deze hoeveelheid residu op het voedsel gevaar inhoudt voor de consument. Daarbij wordt zowel een eenmalige als een levenslange opname van het voedsel geëvalueerd.
Voor een risicobeoordeling of Risk Assessment, zijn 2 parameters nodig:
- De drempelwaarden voor gevaar: vanaf welke hoeveelheid opgenomen product treden effecten op?
- De inschatting van de blootstelling: hoeveel product consumeren we door opname van voedsel dat residuen van het product bevat?
a. Drempelwaarden voor gevaar:
Twee drempelwaarden zijn van belang om in te schatten of er gevaar is voor consumenten:
- ADI = aanvaardbare dagelijkse inname: de hoeveelheid product die gedurende een gans mensenleven dagelijks kan geconsumeerd worden zonder dat negatieve gevolgen optreden
- ARfD = de acute referentie dosis = de hoogste hoeveelheid van een product die gedurende 1 maaltijd of 1 dag door een mens kan opgenomen worden zonder negatieve gevolgen.
ADI en ARfD worden afgeleid uit een omvangrijke databank van toxicologische studies waarbij uitermate strenge veiligheidsfactoren gehanteerd worden.
b. Inschatting van de blootstelling:
Op basis van consumptiemodellen voor verschillende bevolkingsgroepen, bijv. baby’s, kinderen, volwassenen, … wordt berekend hoeveel residu een consument opneemt via consumptie van alle mogelijke behandelde voedingswaren. Deze potentiële blootstelling wordt vervolgens vergeleken met de toxicologische drempelwaarden voor het betrokken product.
Indien de blootstelling < gevaarsdrempel, dan is het risico aanvaardbaar.
Enkele kanttekeningen:
- MRL's worden altijd vastgelegd voor gewassen zoals ze geoogst en op de markt aangeboden worden bijv. zonder wassen of pellen. Omdat de meeste voedingsmiddelen “bewerkt” worden, is in de praktijk de ‘blootstelling’ van de consument aan residuen geringer.
- Residuen worden uitgedrukt in mg/kg ; dit is een deeltje per miljoen (bijv. 10 Belgen in de totale Belgische populatie van 10 miljoen). De moderne analysetechnieken om residuen op te sporen laten zelfs toe om nog geringere hoeveelheden terug te vinden.
- MRL's zijn geen norm voor de volksgezondheid ! Een accidentele overschrijding betekent zelden een gevaar voor de gezondheid omdat in de evaluatie op verschillende niveaus ruime (100 à 1000) veiligheidsfactoren worden ingebouwd (zowel bij het bepalen van de drempelwaarden als bij het berekenen van de blootstelling)