APPELS
Ter bestrijding van bloedluizen (Eriosoma lanigerum) en bladluizen (Aphididae, o.a. groene appelbladluis, roze appelluizen), dop-, schild- en wolluizen (Coccoideae, o.a. schildluizen Lepidosaphes ulmi) en appelbladgalmug (Dasineura mali). Toepassen tussen het einde van de bloei en het moment wanneer de vruchten 30 % van hun maat bereikt hebben (BBCH 69-73).
Dosis: 1,5 l/ha loofwand, want overeenkomt met 2,25 l/ha standaardboomgaard.
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen. Ten laatste 4 weken vóór de introductie van Typhlodromus pyri.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 21 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.
PEREN
Ter bestrijding van perenbladvlo (Psylla pyri en Psylla pyricola), bladluizen (Aphididae, o.a. groene luizen, roze luizen,…), dop-, schild- en wolluizen (Coccoideae , o.a. Schildluizen Lepidosaphes ulmi) en perenbladgalmug (Dasineura pyri). Toepassen tussen het einde van de bloei en het moment wanneer de vruchten 30 % van hun maat bereikt hebben (BBCH 69-73).
Toepassingsstadium ter bestrijding van perenbladvlo: bij het begin van de ontluiking van de tweede generatie van Psyla Pyri.
Dosis: 1,5 l/ha loofwand, wat overeenkomt met 2,25 l/ha standaardboomgaard.
Maximum 1 toepassing/jaar.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 21 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.
KOLEN in open lucht: bloemkool, broccoli, spruitkool, sluitkool (kabuiskool), boerenkool (krulkool), Chinese kool, paksoi, koolrabi
Ter bestrijding van bladluizen (Aphididae, o.a. melige koolluizen (Brevicoryne brassicae) en perzikluizen (Myzus persicae)) en koolwittevlieg (Aleyrodes proletella).
Toepassen tussen het driebladstadium en het stadium ”kolen gesloten” en een geschikte maat voor de oogst bereikt hebben (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,75 l/ha + Trend 90.
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 3 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 2 m met klassieke techniek.
SLASOORTEN (kropsla, ijsbergsla, Lollo rossa, Lollo bionda, romeinse sla, eikebladsla)
Ter bestrijding van bladluizen (Aphididae, o.a. Nasonovia ribisnigri en Myzus persicae).
Dosis: 0,45 l/ha.
Ter bestrijding van wollige slawortelluis (Pemphigus bursarius).
Dosis: 0,75 l/ha.
Toepassen tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 7 dagen.
Driftreducerende maatregel (voor de openluchttoepassingen) : bufferzone van 2 m met klassieke techniek.
ANDIJVIE, RADICCHIO ROSSO, SUIKERBROOD
Ter bestrijding van bladluizen
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,45 l/ha, 1 à 2 toepassingen met een interval van 14 dagen
Ter bestrijding van wollige slawortelluis (Pemphigus bursarius)
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,75 l/ha, 1 à 2 toepassingen
Veiligheidstermijn : 7 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 2 m met klassieke techniek.
WITLOOFWORTELTEELT
Ter bestrijding van bladluizen
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,45 l/ha, 1 à 2 toepassingen met een interval van 14 dagen
Ter bestrijding van wollige slawortelluis
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,75 l/ha, 1 à 2 toepassingen
Veiligheidstermijn :50 dagen voor forcerie.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 2 m met klassieke techniek.
SIERBOMEN en -HEESTERS
Ter bestrijding van bladluizen (Aphididae), dop-, schild- en wolluizen (Coccoidae) .
Toepassen bij het verschijnen van de eerste symptomen.
Dosis: 0,075% (=75 ml/100 l water).
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.