Purchase Terms & Conditions General Conditions of Use
Privacy Statement
Imprint
Keyvisual
Movento®

Beschrijving
Insecticide voor appels, peren, groenten, witloofwortelen, sierbomen en -heesters
Erkenningsnummer 9797/B
Aktieve Stof spirotetramat 100 g/l
Chemische Familie keto-enolen
Formuleringstype SC (Suspensieconcentraat)
Klasse B
Verpakkingseenheid 3 l (4 x 3 l)
Eigenschappen
Spirotetramat is een systemisch insecticide dat behoort tot de groep van de ketoenoles en, in deze groep, tot de chemische klasse van de tetraminezuren.
Het werkt via de remming van de biosynthese van de vetten.
Het transport van spirotetramat in de plant gebeurt op twee manieren: via het xyleem en via het floëem, wat het mogelijk maakt om zoveel de oude bladeren, de wortelen, als de jonge bladeren, die zich na de toepassing ontwikkeld hebben, te beschermen.
Toepassingen
APPELS
Ter bestrijding van bloedluizen (Eriosoma lanigerum) en bladluizen (Aphididae, o.a. groene appelbladluis, roze appelluizen), dop-, schild- en wolluizen (Coccoideae, o.a. schildluizen Lepidosaphes ulmi) en appelbladgalmug (Dasineura mali). Toepassen tussen het einde van de bloei en het moment wanneer de vruchten 30 % van hun maat bereikt hebben (BBCH 69-73).

Dosis: 1,5 l/ha loofwand, want overeenkomt met 2,25 l/ha standaardboomgaard.
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen. Ten laatste 4 weken vóór de introductie van Typhlodromus pyri.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 21 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.

PEREN
Ter bestrijding van perenbladvlo (Psylla pyri en Psylla pyricola), bladluizen (Aphididae, o.a. groene luizen, roze luizen,…), dop-, schild- en wolluizen (Coccoideae , o.a. Schildluizen Lepidosaphes ulmi) en perenbladgalmug (Dasineura pyri). Toepassen tussen het einde van de bloei en het moment wanneer de vruchten 30 % van hun maat bereikt hebben (BBCH 69-73).

Toepassingsstadium ter bestrijding van perenbladvlo: bij het begin van de ontluiking van de tweede generatie van Psyla Pyri.

Dosis: 1,5 l/ha loofwand, wat overeenkomt met 2,25 l/ha standaardboomgaard.
Maximum 1 toepassing/jaar.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 21 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.

KOLEN in open lucht: bloemkool, broccoli, spruitkool, sluitkool (kabuiskool), boerenkool (krulkool), Chinese kool, paksoi, koolrabi
Ter bestrijding van bladluizen (Aphididae, o.a. melige koolluizen (Brevicoryne brassicae) en perzikluizen (Myzus persicae)) en koolwittevlieg (Aleyrodes proletella).
Toepassen tussen het driebladstadium en het stadium ”kolen gesloten” en een geschikte maat voor de oogst bereikt hebben (BBCH 13 - 49).

Dosis: 0,75 l/ha + Trend 90.
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 3 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 2 m met klassieke techniek.

SLASOORTEN (kropsla, ijsbergsla, Lollo rossa, Lollo bionda, romeinse sla, eikebladsla)
Ter bestrijding van bladluizen (Aphididae, o.a. Nasonovia ribisnigri en Myzus persicae).
Dosis: 0,45 l/ha.

Ter bestrijding van wollige slawortelluis (Pemphigus bursarius).
Dosis: 0,75 l/ha.
Toepassen tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).

Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen.
Veiligheidstermijn voor de oogst: 7 dagen.
Driftreducerende maatregel (voor de openluchttoepassingen) : bufferzone van 2 m met klassieke techniek.

ANDIJVIE, RADICCHIO ROSSO, SUIKERBROOD
Ter bestrijding van bladluizen
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,45 l/ha, 1 à 2 toepassingen met een interval van 14 dagen

Ter bestrijding van wollige slawortelluis (Pemphigus bursarius)
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,75 l/ha, 1 à 2 toepassingen

Veiligheidstermijn : 7 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 2 m met klassieke techniek.

WITLOOFWORTELTEELT
Ter bestrijding van bladluizen
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,45 l/ha, 1 à 2 toepassingen met een interval van 14 dagen

Ter bestrijding van wollige slawortelluis
Toepassingsstadium : tussen het driebladstadium en het stadium oogstgrootte (BBCH 13 - 49).
Dosis: 0,75 l/ha, 1 à 2 toepassingen

Veiligheidstermijn :50 dagen voor forcerie.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 2 m met klassieke techniek.

SIERBOMEN en -HEESTERS

Ter bestrijding van bladluizen (Aphididae), dop-, schild- en wolluizen (Coccoidae) .
Toepassen bij het verschijnen van de eerste symptomen.

Dosis: 0,075% (=75 ml/100 l water).
Maximum 2 toepassingen/jaar, met een interval van 14 dagen.
Driftreducerende maatregel: bufferzone van 5 m met klassieke techniek.
Volg - en vervanggewassen
Volgteelten: Er moet een termijn van 30 dagen gerespecteerd worden vooraleer een teelt waarvoor het product niet erkend is, mag worden opgestart.
Gewasveiligheid
Sierteelt en boomkwekerij
Geen fytotoxiciteit werd vastgesteld gedurende selectiviteitstesten met Movento op de volgende gewassen:
- Houtachtige sierplanten (boomkwekerij): Ficus benjamina, Ficus pimula, Osmanthus sp, Hibiscus sp, Viburnum tinus, Pieris sp., Camelia sp., Chamaecyparis Lawsoniana, Euonymus fortunei, Aucuba japonica, Acer palmatum, Hydrangea sp, Rosa sp., en Skimmia sp.,
- Niet houtachtige sierplanten: Kalanchoe sp. en Chrysanthemum indicum.

Symptomen van fytotoxiciteit werden wel op Hedera helix vastgesteld.

Alvorens Movento in sierbomen en –heesters te gebruiken, raden wij aan, door middel van een proefbehandeling op kleine schaal en voldoende wachten, vast te stellen of het middel selectief is voor de in aanmerking komende soorten en variëteiten.
Opmerkingen
Selectiviteit t.o.v. nuttige arthropoden : het product heeft geen onaanvaardbare effecten op Chrysoperla carnea, Aphidius rhopalosiphi, en Coccinella septempunctata.
Gedeponeerd handelsmerk
Movento® is een gedeponeerd handelsmerk van Bayer Ag
Lees aandachtig het etiket voor gebruik